Beïnvloeden op 5 manieren
Beïnvloeden betekent dat je invloed uitoefent op het denken, voelen of handelen van een ander. Dat gebeurt bewust en onbewust, met én zonder woorden. In die zin is iedere vorm van communicatie een vorm van beïnvloeding. Effectief beïnvloeden betekent dat je jouw boodschap, argumenten en gedrag zo inzet dat je de kans vergroot dat de ander jouw perspectief begrijpt, ermee instemt of ervoor kiest om in beweging te komen. Welke aanpak het meest effectief is, hangt af van de situatie, de relatie, het doel en de ander(en).
Vijf manieren van beïnvloeden
Op deze pagina bespreken we vijf manieren om doelgericht te beïnvloeden. Ze geven je verschillende strategieën om bewust te kiezen wat in een bepaalde situatie het meest kansrijk is en zo je effectiviteit te vergroten.
1. Assertief vragen
Stel duidelijk en rechtstreeks wat je wilt en vindt. Formuleer je eigen wensen en spreek vanuit ‘ik’. Je bent open en duidelijk, zonder direct alle argumenten of onderbouwing te geven.
Toepassen:
- In een goede verstandhouding, wanneer de relatie ruimte biedt voor openheid.
- Als je niet direct al je argumenten op tafel wilt leggen.
- Wanneer een duidelijke vraag voldoende is.
2. Overtuigen
Gebruik argumenten, cijfers en onderbouwde gegevens om de ander te overtuigen. De nadruk ligt op feiten, informatie, ideeën en onderbouwde meningen.
Toepassen:
- Als jij over meer informatie of kennis beschikt dan de ontvanger.
- Als je informatie kunt ondersteunen met betrouwbare bronnen.
- Als de argumenten voor de ontvanger relevant en overtuigend zijn.
Goede argumenten voldoen aan drie criteria:
- Nieuwswaarde: de ontvanger kent de argumenten nog niet.
- Gewicht: de argumenten zijn belangrijk voor zowel de zender als de ontvanger.
- Passen in het straatje: de argumenten sluiten aan bij de belangen en prioriteiten van de ontvanger en leveren daar geen onnodig conflict mee op.
3. Inspireren
Spreek aan op gevoelens, waarden en overtuigingen. Schets een aantrekkelijk, prikkelend of toekomstgericht beeld van wat mogelijk is. Sluit aan bij de hoop, waarden en ambities van de ander.
Toepassen:
- Als je de gevoeligheden, overtuigingen en voorkeuren van de ontvanger kent.
- Als er gedeelde wensen, waarden of belangen zijn.
- Als een aansprekend perspectief meer effect heeft dan feiten en argumenten alleen.
4. Onderzoeken en samenwerken
Verdiep je met vragen in de zienswijze, behoeften en belangen van de ander. Zoek naar mogelijkheden om daarbij aan te sluiten. Creëer een klimaat van wederzijds begrip en vertrouwen. Stel je eigen oordeel en argumenten zo nodig uit en blijf zelf openstaan voor andere inzichten. Benadruk het gezamenlijke belang of doel.
Toepassen:
- Als gezamenlijke inspanning nodig is om een probleem op te lossen.
- Als draagvlak belangrijk is.
- Als de ontvanger meer gezag of macht heeft dan de boodschapper.
- Als kwaliteit belangrijker is dan snelheid.
- Als er ruimte is voor meerdere mogelijke oplossingen.
5. Belonen en straffen
Gebruik je positie of macht om gedrag te beïnvloeden. Geef complimenten of kritiek en spreek waardering of afkeuring uit. Verbind consequenties aan gewenst of ongewenst gedrag.
Toepassen:
- Als er een duidelijk verschil in macht of positie is.
- Als je helder en stellig wilt aangeven welk gedrag je verwacht.
- Als het gaat om gedrag dat op korte termijn moet veranderen en niet om ingrijpende of blijvende gedragsverandering.