Coachen met het GROW-model

Het Grow model voor coaching

Een belangrijk onderdeel van coachen is het stellen van goede vragen. Met gerichte vragen stimuleert de coach de ander om na te denken over vraagstukken en uitdagingen die hij of zij tegenkomt bij het realiseren van doelen. Goede coachvragen prikkelen, dagen uit, bieden een ander perspectief en stimuleren de ander om zelf oplossingen en vervolgstappen te bedenken. Het GROW-model is een praktisch hulpmiddel om dit gestructureerd aan te pakken.

Het GROW-model helpt om van een vraagstuk of uitdaging toe te werken naar een concreet doel en passende acties. GROW staat voor Goal, Reality, Options en Way forward. Hieronder staan een aantal kernvragen die je bij iedere stap van het GROW-model kunt gebruiken.

1. Doel - Goal

Verhelder wat je wilt bereiken.

  • Wat wil je bereiken? Wat is je doel?
  • Wat betekent dit doel voor jou?
  • Waarom is dit doel belangrijk voor je?
  • Wat is de uitdaging?
  • Hoe kun je je doel SMART formuleren?

2. Realiteit - Reality

Breng de huidige situatie zo concreet mogelijk in beeld.

  • Waar sta je nu?
  • Wat doe, denk en voel je op dit moment?
  • Wat zijn de feiten?
  • Kun je een concrete situatie beschrijven waarin je het anders of beter zou willen doen?
  • Wat wil je precies anders?
  • Wat belemmert je om het anders te doen?
  • Welke interne drempels spelen een rol? En zijn er ook externe belemmeringen?

3. Opties - Options

Onderzoek verschillende mogelijkheden om je doel te bereiken.

  • Hoe zou je het anders kunnen doen?
  • Welke verschillende opties zie je?
  • Welke stappen zou je kunnen zetten?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van de verschillende opties?
  • Welke hulpbronnen kun je inzetten?
    • Welke sterke punten heb je?
    • Welke eerdere successen kun je benutten?
    • Wie kan je helpen?
  • Hoe kun je deze hulpbronnen effectief inzetten?

4. Acties - Way forward

Kies wat je daadwerkelijk gaat doen en maak dit concreet.

  • Welke concrete en toepasbare actie ga je ondernemen?
  • Welke andere acties zijn eventueel nodig?
  • Welke obstakels kunnen je in de weg staan?
  • Hoe kun je deze obstakels voorkomen of oplossen?
  • Wanneer ga je de actie uitvoeren?
  • Hoe zorg je ervoor dat je de actie ook daadwerkelijk uitvoert?
  • Hoe borg je de actie?
  • Wat is jouw ‘stok achter de deur’? Wie of wat kan je helpen om je eraan te houden?